101TIPS

Print Friendly, PDF & Email

101 Tips – voor minder doen we het niet. Elke maand in Villa Media, een jaar lang. Over schrijven. Hoe je een verhaal structuur geeft. Hoe je een zin bouwt. Dit zijn de eerste zeven. Te beginnen met: Lees!!

Print Friendly, PDF & Email
1 Wil je schrijven? Lees!

2 Kies je helden. Zoek in krant en tijdschrift de journalisten die je gaat missen als je te lang niets van ze leest. Om hun stijl, hun humor, hun oog voor detail, hun lef. Spel hun beste werk, ontrafel hun schrijfgeheimen, en adoreer ze als een groupie.
Tien grote schrijvers/journalisten die ik verslond: Martin van Amerongen (†), Matt Dings (†), Jan Tromp, Martin Schouten, Lieve Joris. En van mijn generatie of jonger: Michel Maas, John Schoorl, Freek Schravesande, Thomas Rueb, Chris De Stoop.
3 Wil je schrijven? Schrijf! Kan niet schelen wat. Een dag- of logboek. Een imitatie in de stijl van je grootste literaire held. Een verzonnen ‘nieuwsanalyse’ over een kabinetscrisis die nooit plaatsvond. Gedichten desnoods – al was het maar om de klier te trainen waaruit metaforen opwellen.
4 Schrijf elke dag ten minste 500 woorden. Bij voorkeur meta: een verhaal over het schrijven van een verhaal dat je aan het schrijven bent. Niemand zal zo’n ‘kluisboek’ lezen, maar als boekhouding van je ergste flaters, diepste geheimen en mooiste zinnen helpt het kritisch te blijven op wat je schrijft, en – ook wanneer daar alle reden voor is – de moed niet op te geven.
5 Toen The Guardian een eeuw geleden een eeuw bestond, schreef de legendarische CP Scott, 56 jaar lang hoofdredacteur van de Britse krant, een artikel waarin hij de grenzen van onafhankelijke journalistiek definieerde. Comment is free but facts are sacred – ieders mening moet gehoord kunnen worden, maar van de feiten blijf je met je fikken af. In de tweede eeuw van zijn bestaan (1921-2021) verdedigde de linksliberale krant The Guardian vooral het eerste deel van dat motto. Nu ze overspoeld worden door alternative facts staan journalisten pal voor de onaantastbaarheid van de feiten. Wat je ook schrijft, het moet wel kloppen.
6 Dat je de waarheid geen geweld mag aandoen, betekent niet dat je niet mag proberen het een beetje aardig op te schrijven, zei Martin van Amerongen (Vrij Nederland, De Groene) eens tegen mij. Wat dat wil zeggen, weten we dankzij verhalenvertellers die misschien weinig kaas hebben gegeten van journalistiek, maar alles weten van vertellen – terwijl dat bij journalisten meestal andersom is. Je kunt verteltechnieken uit de literatuur – de spanningsboog bovenal, maar bijvoorbeeld ook het point of view (perspectief) – heel goed gebruiken om journalistieke verhalen beter, aantrekkelijker, dwingender en verleidelijker op te schrijven.
7 Gebruik al je zintuigen. ‘Als ik je weer spreek,’ hield ik een jongere collega voor die zich voor een kerstreportage een week zou onderdompelen op de afdeling neonatologie van een groot ziekenhuis, ‘moet je weten hoe een volle luier ruikt.’ Journalisten beschrijven vrijwel altijd wat ze horen en zien, en vrijwel nooit zul je ze betrappen op de beschrijving van geur en smaak of van een tactiele ervaring (hoe iets voelt).