De truc van verteller David van Meggelen

Print Friendly, PDF & Email
Foto: Jiri Büller
Candy Jacobs – foto: Jiri Büller

<Scène 1>[min]Deze scènenummers zijn door mij aan Davids verhaal toegevoegd omdat we het gemakkelijker over de structuur kunnen hebben, HB[/min]

In volle vaart rolt Candy Jacobs richting een schuin muurtje van een halve meter hoog.[min]Henk Blanken: David, deze lead maakt meteen al duidelijk dat dit verhaal over Candy Jacobs geen gewóón sportverhaal is. Het begint vol vaart en actie. Halverwege laat je Candy de truc – de Nollie Noseslide – nog een keer proberen en aan het slot doet ze een derde en ultieme poging. Wanneer bedacht je dat je het zo zou aanpakken, met drie actiescènes en daar tussenin twee blokken met achtergrondinfo?

David van Meggelen: In het skateboarden draait het allemaal om de moeilijkheidsgraad van de trucs. Hoe lastiger en zeldzamer de truc, hoe hoger de beoordeling van de jury en hoe groter de kans op een goede klassering. Toch willen de meeste skaters gewoon ‘vette trucs’ doen en aan zichzelf bewijzen dat ze een bepaald hoogstandje beheersen. Dat element wilde ik laten terugkomen in het verhaal.
Mij viel direct op dat Jacobs constant dezelfde truc herhaalde, maar dat deze telkens mislukte. Haar trainer vertelde dat deze truc de ‘Nollie Noseslide’ heette en nooit eerder door een vrouwelijke skateboarder was gedaan. Dat wekte mijn interesse en ik besloot om hiermee te beginnen.
Daarnaast wilde ik aan de lezer uitleggen wat de status van het Nederlandse skateboarden is. Komende zomer staat skateboarden in Tokio voor het eerst op het programma bij de Olympische Spelen en daarom leek het mij goed om te vermelden wie namens Nederland kans maken op een medaille. Daarom heb ik gekozen voor reportage-elementen en achtergrondinfo, die elkaar afwisselen. Zo bleef het verhaal in mijn ogen zowel informatief als spannend.[/min] Ze blaast haar wangen vol lucht[min]HB: Blaast ze haar wangen vol lucht? Of zuigt ze ze vol lucht?

DvM: Ze blies lucht naar buiten waardoor haar wangen opzwollen.[/min], klikt een kauwgumpje tegen haar gehemelte, zakt door haar knieën en zet af. ‘Bam![min]HB: Puristen van narratieve verhalen vinden dat dat ‘Bam!’ best op een nieuwe regel had mogen staan.

DvM: Ik denk dat dat inderdaad had kunnen helpen om de spanning extra op te bouwen. Online was het een optie geweest om die harde return toe te voegen, maar in de krant is daar niet altijd ruimte voor. Daarom heb ik zelf geen harde return toegevoegd.[/min] Met een harde klap valt het skateboard op de grond, terwijl Jacobs ternauwernood op de been blijft.[min]HB: Die harde klap heb je net al beschreven in dat ‘Bam’. Misschien had je die klap moeten laten en het skateboard tegen de het muurtje moeten laten ‘kletteren’. Niet op de grond uiteraard, want daar heeft het contact mee gehouden. Ik bedoel maar: het beschrijven van actie is verraderlijk lastig.

DvM: Klopt, in het geluid ‘Bam’ zit de klap al besloten. Jacobs sprong met het skateboard onder haar voeten op de rand van het muurtje, probeerde vervolgens met het bord onder haar voeten van het muurtje af te glijden en dan weer te landen. Bij die landing ging het echter in veel gevallen fout. Het skateboard kletterde dus niet tegen het muurtje, maar Jacobs kon in de meeste gevallen niet in evenwicht blijven als ze met het bord onder haar voeten van het muurtje afgleed.[/min]

<Scène 2>[min]HB: Volgens Rik Kuiper – die de hamburgeranalogie en daarmee de naam bedacht – is jouw verhaal een schoolvoorbeeld van een Big Mac. Ken je die specifieke vorm van verhalende journalistiek al? En indien ja, waar vandaan kende je de Big Mac.

DvM: Ik had nog nooit van de hamburgeranalogie gehoord, maar ik vind hem goed gevonden. Dan heb ik het natuurlijk wel over de vorm van het verhaal, als de inhoud van je stuk wordt vergleken met fastfood, moet je jezelf achter de oren krabben, haha.Wanneer ik zelf stukken lees, met name reportages, vind ik het fijn als een verhaal rond is. Daarom probeer ik dat in mijn eigen stukken ook te doen. Als dat lukt voelt voor even alsof alles klopt en in balans is.[/min]

De truc die Jacobs deze middag oefent in aanloop naar het NK skateboarden heet de Nollie Noseslide.[min]HB: Wat een schitterende naam voor die truc. Heb je overwogen daar meer mee te doen? Nog twee trics met naam en uitleg bij voorbeeld?

DvM: Nee, ik heb dat niet overwogen. Die mogelijkheid was er ook niet omdat Jacobs zich de hele middag op de ‘Nollie Noseslide’ focuste en ik mijn verhaal om haar heen wilde bouwen. Maar in het skateboardvocabulair zitten zeker een aantal pareltjes: ‘Bean Plant’, ‘de Front Foot Impossible’ en mijn favoriete term ‘Boneless’, een truc waarbij je springt, met een voet op het bord blijft en terwijl je door de lucht zweeft met een hand het bord vastpakt.[/min] Een hoogstandje waarbij alleen de ‘nose’, de voorkant van het bord, via een hoge stoeprand van een muurtje afglijdt.

‘Geen vrouw in de wereld heeft deze truc ooit in een wedstrijd gedaan’, vertelt bondscoach Sjoerd Vlemmings. ‘Maar als Candy iets in haar hoofd heeft, dan moet het ook gebeuren.’[min]HB: De tweede alinea bevat de ‘nut graph’ van het verhaal: waarom moeten we dit nu lezen? Om het NK en omdat Jacobs iets unieks probeert.

DvM: Ja, ik wilde context schetsen van het NK en de lezer duidelijk maken dat de ‘Noseslide’ een unieke truc is.[/min] Onder leiding van Vlemmings bereiden de skateboarders zich voor op de Olympische Spelen van Tokio, die vanwege het coronavirus zijn uitgesteld naar 2021. Het is de eerste keer dat skateboarden op het programma staat en de kans is groot dat Nederland door drie vrouwen wordt vertegenwoordigd. De top-20 van de wereldranglijst plaatst zich. Jacobs (30) en Roos Zwetsloot (20) staan vijfde en twaalfde van de wereld en kunnen niet meer uit de top-20 vallen. Keet Oldenbeuving (16) staat momenteel twintigste.
De 30-jarige Jacobs is behoorlijk oud voor een skateboardster. De mondiale top-20 bij de vrouwen bestaat voor bijna de helft uit meisjes onder de 18. ‘Kinderen zijn minder bang om gevaarlijke trucs te doen’, legt bondscoach Vlemmings uit. ‘Ze kunnen amper de gevaren inschatten van een sprong en nemen daardoor meer risico. Hoe meer risico je neemt, hoe groter de kans op een topscore.’
Toch is haar leeftijd volgens Vlemmings geen nadeel voor Jacobs. ‘Haar ervaring kan juist een voordeel zijn. Ze heeft door de jaren heen een geweldige techniek ontwikkeld, die ze kan toepassen op banen over de hele wereld. Daarnaast heeft ze geleerd om haar angsten voor grote obstakels en gevaarlijke sprongen te overwinnen.’
Jacobs maakt zich niet druk over het leeftijdsverschil. Ze is blij dat ze het skaten heeft meegemaakt voor de sport olympisch werd. ‘Tegenwoordig moet ik aan de dopingautoriteiten doorgeven waar ik slaap, heb ik vaste trainingsschema’s en moet ik letten op mijn voeding. Als ik dat als puber al had moeten doen, had ik nu niet meer geskatet.’
Zeventien jaar geleden begon Jacobs met skateboarden in haar woonplaats Venlo. De sport was een vlucht naar vrijheid, een uitlaatklep om haar schoolfrustraties een plek te geven. ‘In 3-havo werd ik in een jaar 48 keer de klas uitgestuurd en telkens sprak de conrector dezelfde woorden: Candy je hebt de sleutel van het skatepark. Ga eerst maar een uurtje skaten, dan zie ik je daarna terug.’[min]HB: In scène 2 volg je de gewone journalistieke weg met mooie quotes een heldere achtergrondinformatie (waarvoor de Big Mac bedacht is. Maar hoe heb je die achtergronden verdeeld over scène 2 en scène 4? Kijkt 4 naar de toekomst en 2. terug op het verleden?

DvM: Precies! Jacobs vindt het heel belangrijk dat ze een betere skatewereld achterlaat voor de meiden die na haar komen. Met scène 4 kon ik mooi ingaan op haar missie voor de toekomst en een bruggetje maken naar de vijfde scène waarin Roos Zwetsloot en Keet Oldenbeuving een belangrijke rol spelen. Dat zijn ook de meiden waar Jacobs op doelt als ze het over de volgende generatie heeft[/min]

<Scène 3>

Ondanks jarenlange oefening blijven nieuwe trucs lastig.[min]HB: In actiescènes – in verhalende scènes – moet je als schrijver dingen laten gebeuren en niet vertellen dat ze gebeuren. Show, don’t tell. Maar je moet zeker niet vertellen wát je gaat vertellen. Jij begint je derde scène ermee, met wat een topische zin wordt genoemd. Volgens mij had je die beter kunnen weglaten.

DvM: DvM: Eens, die zin zou ik nu verplaatsen naar het eind van de alinea als ik het opnieuw mocht schrijven.[/min]‘Zo fokking moeilijk kan het toch niet zijn?’, tiert Jacobs. Haar stem galmt door het Olympisch Skatepark in Den Haag. Ze is voor de twaalfde keer op het muurtje af gereden, maar heeft vlak voor de sprong haar skateboard tot stilstand gebracht. Aan de andere kant van de baan steekt Keet Oldenbeuving vijf vingers omhoog. ‘Candy, volgende sprong inzetten anders 5 euro betalen’, roept ze en Jacobs knikt. ‘Deal!’

[min]HB: De drie actiescènes bestaan telkens uit één alinea. Je had het dramatisch effect kunnen versterken door nieuwe alinea’s te openen waar dat logisch is, zoals hier. 
DvM: Ben ik met je eens. Ik denk dat kortere alinea’s ook de leesbaarheid van het verhaal vergroot. Dat is sowieso een belangrijk leerpunt voor mij, als jonge journalist: Korte rake alinea’s schrijven.[/min]

<scène 4>

Jarenlang combineerde Jacobs het skaten met een baan in de jeugdzorg. Sponsoren waren niet geïnteresseerd in vrouwelijke skateboarders en van prijzengeld viel niet te leven. ‘Er was een enorm verschil in beloning tussen mannen en vrouwen. Op een gegeven moment heb ik besloten om niet meer naar wedstrijden te gaan waar niet gelijk betaald werd’, vertelt Jacobs. ‘Als ik het niet doe, doet niemand het en moeten Roosje, Keetje en al die andere meiden door dezelfde bagger lopen als ik.’
In juni 2019 kregen Jacobs, Zwetsloot en Oldenbeuving een uitnodiging voor Team NL. Ze zijn sindsdien verzekerd van een maandelijks inkomen en kunnen zich volledig focussen op hun sport en de Spelen. In Tokio heeft Jacobs een goede kans om op het podium te eindigen. ‘Candy werd vierde op het afgelopen WK, een medaille behoort zeker tot de mogelijkheden’, vertelt Vlemmings. Zelf ziet Jacobs de Spelen als een bonus in haar loopbaan. ‘Natuurlijk wil ik een medaille halen, ik maak mezelf helemaal gek. Maar ik vind het belangrijker dat ik na mijn carrière een skateboardwereld achterlaat waarin vrouwen net zo gewaardeerd worden als mannen. Ook meiden moeten vol voor deze sport kunnen gaan, zonder stress over financiën of andere randzaken.’

<scène 5>

Als de trainingstijd van een uur al met meer dan 20 minuten is overschreden, blaast Jacobs haar wangen nog een keer op. Ze rijdt op het muurtje af, zakt door haar knieën en zet af. Het bord landt met de nose op het muurtje, Jacobs springt erop en schuift in perfecte balans naar het uiteinde. Haar voeten drukken de wieltjes tegen de betonnen vloer en ze slaat met haar vuist in de lucht: de Nollie Noseslide is gelukt. Vanaf de andere kant van de baan komt Oldenbeuving aangesjeesd. ‘Zie je nou wel’, roept de tiener, die met een gulle glimlach de plaatjes van haar beugel onthult. ‘Gewoon durven, pussy.’[min]HB: Mooi detail en prachtige quote ook. Je had de beschrijving van het monnikenwerk van Jacobs van mij best nog wat mogen rekken, met meer details. Hoe zag de omgeving eruit? Wat voelt Candy als ze weer valt (of is ze niet gevallen). Hoe ruikt angst voor zo’n nieuwe truc?

DvM: Met name op dat vallen had ik nog wat verder willen ingaan, aangezien dat zo’n belangrijke keerzijde is van de sport. Daar heb ik uiteindelijk vanwege ruimtegebrek niet voor gekozen. Aanvankelijk zou ik 600 woorden hebben voor dit stuk, dat is later nog iets uitgebreid, maar onvoldoende om nog meer details in het stuk op te nemen.

Zeker op het gebied van details en sfeerimpressies moet je keuzes maken. Dat is lastig, vooral bij een sport waar weinig over wordt geschreven. Als auteur bepaal je dan op basis van je eigen intuïtie welke details zinvol zijn voor de lezer en welke je laat zitten.

Zelf vond het bijvoorbeeld opvallend dat de skateboarders elkaar zo stimuleren. Die jonge Keet Oldenbeuving (16) die om het symbolische bedrag van vijf euro wedt met de ervaren Candy Jacobs (30), wanneer een van die twee niet durft te springen. Dat detail wilde ik per sé in het verhaal hebben, omdat het de skatewereld typeert. Eigenlijk zijn ze elkaars concurrenten maar Oldenbeuving staat te juichen als de truc van Jacobs lukt en andersom. Dat is een wereld van verschil met andere individuele sporten, waarin het ieder voor zich is en het vooral fijn is als de concurrentie faalt.
HB: Het is allemaal niet wereldschokkend wat je probeert met de Big Mac-structuur, maar als je het vergelijkt met 99 % van de sportverhalen, is jouw Nollie Noseslide een fijn staaltje experimenteren. Zag je het zelf ook zo, heb je deze vorm vaker toegepast?
DvM: Voordat ik begon met schrijven voor de sportredactie, liep ik drie maanden stage bij economie. Daar was het gebruikelijk om een verhaalstructuur te maken, waarbij reportage-elementen werden afgewisseld met achtergrondinformatie. Dus in een stuk niet alleen droge informatie met cijfertjes over de omzetstijging van bouwmarkten tijdens de lockdown, maar ook alinea’s waarin mensen aan het woord komen, die door de lockdown meer zijn gaan klussen. Als je dat niet doet wordt een economie-artikel snel saai.

In sportjournalistiek is de ‘Big Mac-structuur denk ik minder gebruikelijk, omdat sportverhalen op zichzelf al actie in zich hebben en dit per definitie ‘menselijke’ verhalen zijn. Daarnaast maak je bij sportwedstrijden zelden mee dat je twee identieke scènes kunt beschrijven, waarmee je een verhaal kunt openen en afsluiten. Doordat Jacobs haar truc keer op keer probeerde, had ik meerdere scènes die op elkaar leken en was die mogelijkheid er wel. Zeker toen aan het eind de truc ook nog lukte.
HB: Hoe kijk je zelf terug op dit stuk? En werd de afwijkende vorm gewaardeerd door de Vk-collega’s?

DvM: Het was pas mijn tweede stuk als freelancer voor de sportredactie van de Volkskrant, daardoor heb ik denk ik onbewust geëxperimenteerd met een verhaalstructuur die ongebruikelijk is op een sportredactie. Ik kwam net van economie en voor mij voelde dit niet als een afwijkende vorm.

Ik heb geen commentaar van mijn collega’s gehad, ik kende mijn collega’s ook nog niet op dat moment, omdat ik pas net begonnen was. Mijn chef vond het een geslaagd stuk en zelf ben ik er ook tevreden over. Als zich opnieuw de mogelijkheid voordoet om een ‘Big Mac’ stuk te schrijven bij een sportevenement, zal ik die kans niet laten liggen.[/min]