Het verhaal over Tristan anders verteld

Rond twaalf uur zaterdagmiddag stapte in Alphen aan den Rijn een jonge man uit zijn auto. Een kwartier later had hij in het winkelcentrum Ridderhof zes een bloedbad aangericht.1

SCÈNE 1

 

[1] Het moet rond het middaguur zijn geweest toen de zwarte Mercedes zaterdag het Carmenplein in Alphen aan den Rijn opdraaide.2  De bestuurder parkeerde de auto en stapte uit,3  een man van rond de twintig, een jonge, blanke man4 die de parkeerplaats overstak5  en met een vuurwapen de eerste voorbijganger die hij tegenkwam doodschoot, willekeurig, terloops en rustig,6 alsof hij een sigaret uitdrukte.7 [2] Toen beklom de man de stenen trap. Door een deur ging hij de Ridderhof binnen.8 [3] In het overdekte winkelcentrum was het druk, als op elke zaterdagmiddag.9  De man liep kalm langs het Kruidvat, de Zeeman, de Hubo.10  Rustig liep hij langs de winkels,11  schietend op passanten met een van de drie vuurwapens die hij bij zich droeg.12 [4] Glas vloog in het rond. Mensen vielen neer, renden weg, doken ineen.

[5] De man liep door.13 [6] Voor hem uit vluchtte een oudere man. Even eerder had de oude man daar nog met zijn kleindochter gelopen. Nu was hij het meisje kwijt. De oude man dook de Hubo in, knielde achter een stellingkast, radeloos en bang.14  Waar was zijn kleinkind, waar was ze nou?15 [7] Toen de oude man weer opstond, zag hij een man en een vrouw op de grond liggen, beide badend in het bloed.16

***

SCÈNE 2

[8] Latifa Charradi en Hajar Lemouesset waren die ochtend druk in de weer geweest met de voorbereidingen voor een modeshow in hun kledingwinkel Liyana.17  Ze hadden de knallen wel gehoord, maar waren er niet van geschrokken.18  Vreemd geluid. Nu geen tijd voor.19  Veel meer hadden ze er niet bij gedacht.20 [9] Hun modellen stonden21  al klaar om het podium op te gaan toen een vrouw de modewinkel binnenkwam. De vrouw had een schotwond in haar been. Toen begrepen Latifa en Hajar het. Wegwezen. Door de achteruitgang van de winkel. Weg.22 [10] Ook Lennart Schellinghout hoorde het.23  Hij was een deur verder aan het werk in het magazijn van de C1000, op de tweede verdieping. Een geluid alsof er iets op de grond viel. Hij liep naar beneden. Schoten, dacht hij, dat zijn schoten.24  Bij de kassa’s zag hij mensen die zich klein en onzichtbaar probeerden te maken. Waar is de schutter? Nog in de buurt? Weg?25 [11] Bij de groenteafdeling lag een man op de grond, bloedend uit een wond in zijn zij. Die is niet op deze plek neergeschoten, dacht Schellinghout, maar bij de ingang van de winkel. Die moet zich hier naar binnen hebben gesleept.

[12] Schellinghout liep naar de kantine en zag daar een collega met een schotwond in haar schouder. Collega’s probeerden het bloeden te stelpen. Zelf pakte hij uit een kast wat bedrijfskleding. Voor die man bij de groenten. Dat lag prettiger dan de harde stenen vloer.26 [13] Een wat oudere buurtbewoonster zag de gewonde man toen ze met de roltrap de C1000 was binnengekomen en een medewerkster van de supermarkt haar meenam naar achter in de winkel.27  Ook de buurtbewoonster had het gehoord. Schoten. Brekend glas. Niemand leek in paniek, maar waar bleven de politie en de ambulances?

[14] Verderop hoorde Raymond Vleerlaag, die zijn boodschappen deed bij Albert Heijn, een geluid als van een klapperpistool. Medewerkers van de supermarkt dirigeerden klanten naar achteren. Het geluid kwam dichterbij en Vleerlaag realiseerde zich wat hij hoorde. Schoten. Onregelmatige knallen. Een minuut of twee lang.

[15] Toen zag hij de schutter.

[16] Buiten.

[17] Voor de Albert Heijn.28 [18] De man liep29 voor de supermarkt langs. Ter hoogte van de kassa’s keek hij naar binnen. De schutter keek precies het gangpad in. Aan het eind van dat gangpad stond Vleerlaag. Misschien keken ze elkaar wel aan.30 [19] De man kwam niet de winkel in, maar knielde, zette het wapen tegen zijn hoofd, en schoot.

[20] Vleerlaag zag hoe hij omviel.

[21] Die is dood, realiseerde Vleerlaag zich toen hij met twee Albert Heijn-medewerkers naar de kassa’s liep.31 Ze konden niets meer voor de man doen, zei hij tegen de twee.32 Naast de dode man lag een wapen. Vleerlaag schoof het met een voet opzij. Als er nog een tweede schutter was, zou die het pistool niet meer kunnen vinden.

***
a
SCÈNE 3

[22] De eerste melding op het alarmnummer kwam kort na twaalf uur.33 Onmiddellijk was een team agenten naar het winkelcentrum gegaan.34 Daar hadden ze zich door de mensenmassa moeten dringen, voordat ze – kogelvrije vesten over hun dienstkleding – op jacht konden naar de schutter. Die moest uitgeschakeld worden.

[23] Veel slachtoffers waren toen al gevallen, zou korpschef Jan Stikvoort later zeggen.35 [24] Even voorbij de AKO-vestiging lagen twee doden, een van hen in foetushouding. Bij de boekhandel zelf zag buurtbewoner Jolanda van der Meulen36 – die veel mensen in de Ridderhof kent en op het lawaai afgekomen was – een zwaargewonde man op de grond liggen. Ze legde haar jas over hem heen. Wat moest ze nou?37 Toen herkende ze de agent. Een zwartepiet op de school van haar zoontje. Maak dat je wegkomt, zei de agent. Het was misschien nog niet voorbij.

[25] Ze liep langs de Albert Heijn. Daar werkte een vriendin achter de kassa. Kom mee, zei ze. Je leven is belangrijker dan een baan.38 Enkele meters verderop stond de baas van haar vriendin, Luc Vlaardingerbroek. De manager van de AH-vestiging boog zich over een jongeman die door het hoofd geschoten was. Hij realiseerde zich nog niet dat het de schutter was die ogenblikken eerder een vrouw had doodgeschoten. De vrouw was de eigenaar van een modewinkel tegenover de AH. Ze lag voorover op de grond, schotwonden in haar rug. Ze was het zesde en laatste dodelijke slachtoffer.

***

SCÈNE 4

[26] In de uren daarna kamden politieagenten het hermetisch afgesloten winkelcentrum uit, op zoek naar een tweede dader.39 Ambulances reden af en aan om de zeventien gewonden naar een ziekenhuis te brengen. Twee helikopters cirkelden boven het gebied. Op straat en in de sociale media deden wilde geruchten de ronde. Er zouden twee gijzelingen zijn. Er zou ook geschoten zijn bij de voetbalclub.

[27] Kort nadat de politie had vastgesteld dat de schutter de 19-jarige Tristan van der V. was, ging een arrestatieteam de flat binnen waar hij woonde om zeker te stellen dat de recherche de woning veilig kon doorzoeken.40 Ook de Mercedes waarmee de schutter naar het winkelcentrum was gekomen, werd onderzocht door de Explosieven Opruimingsdienst. Tegen vijf uur besloot het crisisteam van gemeente, justitie en politie de winkelcentra Atlas, Herenhof en Aarhof te ontruimen, inclusief de huizen boven de winkels.

[28] In de zwarte Mercedes had Tristan van der V een briefje achtergelaten.41 Op het briefje stond een boodschap. Er lagen explosieven in drie andere winkelcentra in Alphen aan den Rijn.

[29] Die explosieven werden niet gevonden. In de loop van de nacht konden bewoners van woningen boven de winkels weer naar huis. Het winkelcentrum de Ridderhof werd schoongemaakt. De deuren zouden vandaag gesloten blijven.42

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *